niet weten wat je wilt, geen grenzen kunnen aangeven, emotionele ‘armoede’

Binnen sommige religieuze groeperingen heerst de al dan niet uitgesproken gedachte dat de leer het allerbelangrijkste is. Het doet er dan minder/niet toe wat iemands gedachten en gevoelens daarbij zijn, als men maar gehoorzaamt aan wat geleerd is. Al het andere is daaraan ondergeschikt. 

“Niet zeuren, luisteren!”

“Maakt niet uit, je doet het maar gewoon!”

Onderdrukking

Er kan sprake zijn van – op religie gebaseerde – aannames rondom emoties, die soms (onbewust) worden gebruikt om deze te onderdrukken. Hier volgen enkele voorbeelden rondom de vier basis-emoties, de vier b’s (blij, bedroefd, boos en bang):

  • Blij: Vreugde is altijd goed. Verblijdt u in de Here te allen tijde. 
  • Bedroefd: Een beetje gepast verdriet om de zonde mag ook.
  • Boos: “boosheid is van de duivel.” (vergelijk een ‘boos’ hart hebben)
  • Bang: “Niet bang zijn, de Here is bij je!”

Het gevolg kan zijn dat groepsleden naast gevoelens als boosheid of angst ook schuldgevoel en schaamte ervaren, vanwege deze gevoelens. men durft niet meer goed te laten zien wat men écht voelt. Opgroeiend in een dergelijke groepering geeft dikwijls een groeiend besef dat een échte christen blijkbaar geen angst, jaloezie of boosheid voelt. Daarmee ontstaat de groeiende noodzaak om deze gevoelens weg te drukken. Dit gebeurt vrijwel altijd onbewust. Zo worden groepsleden hun eigen onbewuste onderdrukker.

Men raakt steeds verder uit contact met de echte gevoelens en toont enkel nog datgene waarvan men denkt dat het verwacht wordt. Het lukt steeds beter om ‘te allen tijde blij’ te zijn. En wanneer men per ongeluk een uitbarsting heeft van boosheid of verdriet, voelt men zich al snel ‘hysterisch’ of ‘onder invloed van het kwaad’, in elk geval beschaamd en schuldig.

Parentificatie

Ook ouders kunnen een onderdrukte/afwezige gevoelswereld hebben en daardoor emotioneel niet beschikbaar zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat een kind zich tevergeefs blijft uitstrekken naar de ouders, maar geen gehoor en erkenning vindt op het niveau van emotionele behoeften. Een betekenisvolle relatie opbouwen met de ouders kan voor het (volwassen) kind moeilijk of zelfs onmogelijk zijn.

Doordat de aandacht vooral bij de leer is, bij de regels, bij wat in het hoofd wordt opgeslagen (woordcultuur), is er mogelijk minder aandacht voor emoties, beleving en fysiek contact. (Behalve dan misschien het ‘leer-gerelateerde’ fysieke contact; ‘wie zijn zoon liefheeft, kastijdt hem’.) Vooral kinderen die hier gevoelig voor zijn, kunnen ernstige ‘huidhonger’ ontwikkelen.

Het beperkte contact met de eigen emoties maakt dat ouders lang niet altijd beseffen hoezeer ze zelf de verantwoordelijkheid dragen over hun gevoelens. Ze hebben deze verdrongen, zijn hierop niet aanspreekbaar. Ze hebben niet het vermogen ontwikkeld om eerlijk naar zichzelf te kijken en kunnen daardoor de neiging hebben anderen – hun kinderen – de schuld te geven. “Jij maakt mij boos.” In plaats van: “Toen je dat deed, dacht ik dat … en kreeg ik het gevoel dat… en dat maakte mij boos.”

Wanneer je als kind opgroeit in een omgeving die jou verantwoordelijk houdt voor de gevoelens van mensen om je heen, ontwikkel je een veel te sterk verantwoordelijkheidsbesef. Terwijl je je eigen gevoelens leert negeren, let je voortdurend op die van anderen. Er is dan sprake van parentificatie. Jij draagt wat de ouders laten liggen. De omgekeerde wereld.

Gevolgen

  • Geen contact met de eigen gevoelens, geen flauw idee hebben wat er in je omgaat
  • De neiging hebben vooral analytisch (vanuit het hoofd) om te gaan met emoties
  • Geen grenzen kunnen aangeven (bv doordat je je irritatie niet bewust voelt)
  • Niet weten wie je bent of wat je fijn vindt
  • Jezelf niet kunnen aansturen
  • Je verantwoordelijk voelen voor de emoties van anderen
  • Moeite hebben met het maken van keuzes
  • Gesprekken over emoties niet begrijpen en/of het nut er niet van inzien
  • Niet in staat een emotionele band op te bouwen met anderen, zelfs niet met de eigen kinderen

Wanneer men hiervoor in therapie is, kunnen de volgende gevolgen zich aandienen:

  • Schuldgevoel naar de omgeving (met name de eigen kinderen)
  • Intense rouw om alles wat er nooit kon zijn en er toch was
  • Overweldigd worden door emoties, neiging hebben het deksel weer op de put te willen gooien
  • De enige in de omgeving zijn die aan de slag is met ‘emotioneel gezond’ worden en daarom stuiten op onbegrip en veroordeling (mogelijk denken familieleden dat er iets ‘mis’ met je is)
  • Eenzaamheid
  • Groeiend bewustzijn van de emotionele afwezigheid van de ouders kan een groeiend besef van diepe pijn geven

Wanneer je hiermee te maken hebt: zoek steun!