De grootste kans om (onbewust) beschadigd te raken binnen een religieuze
groepering loop je wanneer:
- je binnen de groepering bent geboren en dus geen enkel referentiekader hebt. Dit weegt zwaarder wanneer ook je ouders binnen de groepering zijn grootgebracht;
- de groepering erg gesloten is;
- de leer van andere groeperingen gezien wordt als dwaalleer;
- binnen de groepering geen of beperkte ruimte is voor kritiek;
- de opvattingen van de groep geen ontwikkeling doormaken en er dus geen sprake is van voortschrijdend inzicht;
- je sensitief, creatief of ‘anders’ bent; met name lhbtqi+-personen lopen een verhoogd risico op onderdrukking en beschadiging;
- je gewetensvol en serieus bent;
- je fysiek, psychisch, sociaal en/of financieel kwetsbaar bent of was op het moment waarop je bij de groepering kwam;
- je niet of nauwelijks emotionele steun kreeg of krijgt van je opvoeders;
- je het oudste kind bent binnen het gezin.
Bij dit laatste punt nog een kleine toelichting. Als oudste heb je in eerste instantie alleen je ouders als rolmodellen. Er zijn nog geen voorbeelden van rebellie binnen het gezin en dus heb je daar ook nog geen profijt van. Bovendien zijn ouders bij een eerste kind vaak het meest fanatiek en ook het meest naïef. Dit kan betekenen dat de lat voor het oudste kind hoger ligt dan bij de volgende kinderen het geval is, ook waar het de religieuze vorming betreft.
Een oudste – of enige – jongen kan bijvoorbeeld druk ervaren om later predikant, zendeling of organist te worden. Een oudste – of het enige – meisje kan het idee hebben dat zij moet worden als de vrouw van Spreuken 31.